Detail

« terug naar overzicht

Deelakkoord treft oudere werknemers hard

maandag, 01 oktober 2012

Deelakkoord treft oudere werknemers hard De CSO, waarin de Unie KBO, de PCOB, NVOG en NOOM verenigd zijn, vindt dat de beoogde coalitie oudere werknemers in de ‘kou’ zet: de versnelde verhoging van AOW-leeftijd en het uitkleden van het vitaliteitspakket treft oudere werknemers hard! De CSO vraagt ‘Den Haag’ om concrete maatregelen die bijdragen aan het verbeteren van de arbeidsparticipatie van ouderen.

In een deelakkoord voor de begroting 2013 hebben de beoogde coalitiepartijen PvdA en VVD het initiatief naar zich toe getrokken. In het deelakkoord worden enkele maatregelen uit het lente-akkoord geschrapt of aangepast en worden alternatieve voorstellen gedaan om alsnog de benodigde bezuinigingen te halen.
 
Het schrappen van de ‘forensentaks’ is goed nieuws voor forensen. Ook het schrappen van de maatregelen om een eigen bijdrage te vragen voor de GGZ of het liggeld voor ziekenhuizen is door de CSO als goed nieuws ontvangen. Maar het schrappen van deze maatregelen heeft uiteraard een prijs, en deze lijkt vooral door oudere werknemers betaald te worden.
 
De beoogde coalitiepartners hebben namelijk een nog meer versnelde verhoging van de AOW-leeftijd voorgesteld. Zo moet in 2017 de AOW-leeftijd al op 66 jaar zitten, en in 2021 al op 67 jaar. (In het lenteakkoord was dit nog respectievelijk 66 jaar in 2019 en 67 jaar in 2023.)

De eerdere (versnelde) verhoging van de AOW-leeftijd heeft wel enig begrip van ouderenorganisaties gekregen, maar wel is altijd als keiharde voorwaarde gesteld dat een verhoging van de AOW-leeftijd nooit gepaard kan gaan zonder goede stimulerende maatregelen om de arbeidsparticipatie van 50-plussers te bevorderen. Aan deze keiharde voorwaarde wordt met dit nieuwe deelakkoord geenszins voldaan!

In plaats van een volwaardig vitaliteitspakket dat bij moet dragen aan de arbeidsparticipatie van senioren, wordt de AOW-leeftijd in de nieuwste voorstellen nog sneller verhoogd en worden oudere werknemers dus nog zwaarder getroffen. En in plaats van enige compensatie door middel van verbeterde stimulerende maatregelen wordt het vitaliteitspakket nog verder uitgekleed. Het vitaliteitssparen, dat was bedoeld als vervanging voor de spaarloonregeling en de levensloopregeling, wordt geschrapt en niet ingevoerd. Het vitaliteitssparen was nu juist een van de mogelijkheden voor mensen om voor zichzelf een goede overgangssituatie te creëren.

De CSO vindt het opnieuw versnellen van het verhogen van de AOW-leeftijd een slecht signaal tegenover oudere werknemers. Oudere werknemers die nu voor de tweede maal in korte tijd worden geconfronteerd met langer doorwerken, wordt op deze wijze onrecht aangedaan. Ook het invoeren / behouden van een doorwerkbonus en mobiliteitsbonus verandert niets aan deze zaak, omdat deze maatregelen slechts ten gunste zijn van een relatief kleine groep oudere werknemers. Het aantal (werkloze) ouderen dat opnieuw een betaalde baan vindt is nog steeds dramatisch laag.

De CSO vraagt ‘Den Haag’ om concreet bij te dragen aan bijvoorbeeld duurzame inzetbaarheid en leeftijdsbewust loopbaanbeleid, en aan het verbeteren van de arbeidsparticipatie van ouderen. Door het juist op dit punt af te laten weten, wordt het begrip voor een verhoging van de AOW-leeftijd teniet gedaan.

De CSO wijst daarom een nog snellere verhoging van de AOW-leeftijd af, het waardevolle arbeidspotentieel van oudere werknemers verdient een coalitie die zich echt in wil zetten voor de verbetering van de arbeidsmarktpositie van ouderen.
Nieuws