Wonen


WoonKeur Bestaande Bouw en Woonkeur Nieuwbouw

WoonKeur Nieuwbouw is een certificaat dat aan een woning wordt toegekend, als in en om die woning is voldaan aan eisen die zijn gericht op het alledaagse gebruik. Een woning waaraan het WoonKeur Nieuwbouw certificaat is toegekend, heeft een gegarandeerd hoge woonkwaliteit. Het basispakket WoonKeur bestaat uit meetbare eisen betreffende de directe woonomgeving, het woongebouw en de woning. Naast het basispakket zijn een drietal zogenaamde pluspakketten ontwikkeld, te weten: 1. gebruikskwaliteit, 2. veiligheid, en 3. zorg.

Deze pluspakketten kunnen alleen aanvullend op het basispakket WoonKeur worden behaald. De WoonKeur keuring wordt uitgevoerd door SKW-Certificatie BV, een speciaal daarvoor erkend bedrijf. Nadat een opdrachtgever, zoals een woningcorporatie of projectontwikkelaar, kenbaar heeft gemaakt het inspectiecertificaat WoonKeur – al dan niet aangevuld met een of meer pluspakketten – te willen verkrijgen, voorziet SKW Certificatie BV de aanvrager van de benodigde informatie en een aanvraagformulier. De daadwerkelijke keuring kent twee formele toetsmomenten: de eerste op het definitieve bestek met de tekeningen; en de tweede direct na de oplevering c.q. als de uitvoering gereed is. Bij goedkeuring ontvangt de opdrachtgever het certificaat WoonKeur. WoonKeur Bestaande Bouw is gebaseerd op de eisen uit het WoonKeur nieuwbouw, het eisenpakket van het Oppluslabel en het Politiekeurmerk Veilig Wonen voor de bestaande bouw.

Vanzelfsprekend liggen de eisen in het algemeen op een ander niveau dan in het certificaat WoonKeur voor de nieuwbouw, omdat in bestaande woningen nu eenmaal niet alles mogelijk is. Wel beziet WoonKeur voor de bestaande Bouw op een zelfde integrale wijze de gebruiksfuncties van de woningen en woongebouwen.
WoonKeur Bestaande Bouw bestaat per certificaat uit eisen over de woonomgeving (voor zover onder rechtstreekse invloed van de opdrachtgever), het woongebouw en de woning. Daarnaast is aangegeven welke eisen nog aanvullend per certificaat nodig zijn om het certificaat PolitieKeurmerk Veilig Wonen bestaande bouw te behalen.



    Standpunt Unie KBO

  • De Unie KBO meent dat nieuwbouwwoningen minimaal aan de eisen van het certificaat WoonKeur moeten voldoen en pleit daarom voor het opnemen van het basispakket WoonKeur nieuwbouw in het Bouwbesluit. Indien van toepassing zijn de eisen uit de pluspakketten: gebruikskwaliteit, veiligheid en zorg een waardevolle aanvulling op het basispakket.
  • De Unie KBO is van mening dat zowel de eisen uit het certificaat WoonKeur nieuwbouw als de eisen uit het certificaat WoonKeur bestaande bouw een positieve bijdrage kunnen leveren aan de voor ouderen geschikte woningen.
  • De Unie KBO pleit op landelijk niveau in diverse gremia voor stimulering van het WoonKeur nieuwbouw en het WoonKeur bestaande bouw certificaat.
  • De Unie KBO is van mening dat (via de KBO`s) lokale afdelingen (o.a. via de lobbyisten van het project Meer Woningen voor Ouderen) een bijdrage kunnen leveren door contact op te nemen met de lokale politieke partijen om het certificaat WoonKeur Nieuwbouw en Bestaande Bouw ingebed te krijgen.

 

 

Tekort aan geschikte woningen voor ouderen

Op dit moment is ruim 14% van de Nederlandse bevolking 65 jaar of ouder. Het hoogtepunt van de vergrijzing wordt verwacht in 2040, wanneer 23% van de bevolking dat is. Het aantal ouderen zal verdubbelen van nu bijna 2,4 miljoen naar 4 miljoen. De ouderen van de toekomst zullen verschillen van de ouderen van nu. Zij zullen beter opgeleid zijn, hebben meer materiële welvaart gekend, komen uit minder grote families en zijn beter geschoold in het zelf richting geven aan hun leven. Zij zijn opgegroeid met de oriëntatie dat je zelf inhoud en invulling geeft aan je eigen leven in een keuzemaatschappij die daar mogelijkheden toe biedt.

Binnen de groep ouderen zal de diversiteit toenemen, ook in behoefte aan verschillende typen woningen en woonvormen. De niet-westerse allochtonen zullen de komende decennia sterk gaan vergrijzen. Volgens de nieuwste allochtonenprognose van het CBS groeit het aantal niet-westerse 65-plussers tussen nu en 2050 van krap 70 duizend naar ruim 520 duizend. Het aantal eenpersoons-huishoudens onder ouderen zal drastisch toenemen, zodanig dat de groei van huishoudens hoger is dan de groei van het aantal personen. De differentiatie van de vraag vraagt om differentiatie in en het vergroten van de woningvoorraad

Eind 2009 moeten er 255.000 voor ouderen geschikte woningen meer beschikbaar zijn dan in 2002. De ministeries van VROM en VWS hebben hiertoe afspraken met gemeenten en woningbouwcorporaties gemaakt. Of dat aantal gehaald wordt is mede afhankelijk van de gevolgen van de kredietcrisis op de bouwactiviteiten. In 2010 komen de cijfers hiervan beschikbaar. Het op 26 mei 2004 verschenen SCP rapport ‘Zorg en wonen voor kwetsbare ouderen’ baart de Unie KBO grote zorgen. Daaruit komt naar voren dat er een tekort is aan betaalbare, voor ouderen geschikte woningen en dat veel mensen met lichamelijke beperkingen die zelfstandig thuis wonen helemaal geen hulp ontvangen. Voorlichting, juist voor de groep die meestal niet ontdekt wordt door ouderenadviseurs of andere huisbezoekers, is in onze visie dan ook van groot belang.


    Standpunt Unie KBO

  • Uitgangspunt voor de Unie KBO is de aanwezigheid van voldoende betaalbare voor ouderen geschikte woningen.
  • Specifieke aandacht vraagt de Unie KBO voor de omvang en de kwaliteit van de woningvoorraad van betaalbare woningen in relatie tot het inkomen. In het bijzonder dient, afhankelijk van de beperkingen en hulpbehoefte, in hogere mate te worden voorzien in de noodzakelijke specifieke voorzieningen zoals woningaanpassingen of levering van zorg of ondersteuning.
  • De Unie KBO vindt dat ouderen, die zo lang als mogelijk zelfstandig wensen te blijven wonen, waar nodig ondersteund dienen te worden door adequate voorzieningen op het gebied van zorg en welzijn. De Unie KBO merkt dat ouderen, met name mensen boven de 75 jaar juist wel kiezen voor, of gezien hun zowel fysieke als psychische belemmeringen aangewezen zijn op woonvormen, woonzorgcomplexen en/of intramurale woonomgeving, zoals een verzorgingshuis. Derhalve dringt de Unie KBO er op aan dat ook de vraag naar intramurale capaciteit de komende decennia adequaat en tijdig wordt gehonoreerd.
  • De Unie KBO pleit voor uitbreiding van kleinschalige woonvormen.
  • De Unie KBO stimuleert (lokale) afdelingen aandacht te vragen voor het tekort aan voor ouderen geschikte woningen.

 

Oudere eigenaar-bewoners

Het eigenwoningbezit neemt in Nederland steeds meer toe, ook onder ouderen. Het toenemend eigenwoningbezit onder ouderen heeft verschillende redenen: het eigenwoningbezit onder jongere huishoudens is toegenomen. Deze woningbezitters worden ouder en geven de eigen woning niet snel prijs. Daarnaast bestaat onder de oudsten en vooral degenen die een specifiek voor ouderen bestemde woning wensen, interesse om van een koop- naar een huurwoning te verhuizen, al was het maar omdat het aanbod van ouderenwoningen vooral huurwoningen betreft. In 2002 heeft ongeveer 48% van de ouderen boven 55 jaar een eigen huis. Veel ouderen zijn tevreden met hun woning en hebben weinig animo om te verhuizen. Het blijkt dat met een grotere afstand tot kinderen, ouderen meer geneigd zijn om dichterbij hun kinderen te gaan wonen. Ten opzichte van de woonplaats van broers en zussen is hetzelfde patroon waarneembaar, zij het iets minder uitgesproken.

Het beleid moet hier meer op inspelen: minder uitgaan van doorstroming, meer uitgaan van stabiliteit. Voor veel ouderen is het belangrijkste dat hun woning blijft voldoen aan hun behoefte. Daarom zijn meer aanpassingen aan de woning nodig, waarbij gedacht kan worden aan Slimme Zorg. Een deel van de oudere heeft een vraag naar meer zorg. Hiervoor zijn goede woon-zorg-voorzieningen nodig. Nieuwbouw hiervan is dringend gewenst, maar er is een forse achterstand. Verzorgings- en verpleeghuizen verouderen snel. Er moeten daarom in hoog tempo andere verzorgde en beschermde woonvormen gebouwd worden.


    Standpunt Unie KBO

  • De Unie KBO vindt dat meer specifieke aandacht dient te worden besteed aan de problematiek van oudere eigenaar-bewoners; het opplussen van de woningen van oudere eigenaar-bewoners heeft een gunstig effect op de kwaliteit en de kwantitatieve opgave van de woningvoorraad voor ouderen.
  • De Unie KBO vindt het belangrijk dat ouderen in een vroeg stadium nadenken over hun wooncarrière en bijtijds maatregelen treffen. Goede voorlichting is onontbeerlijk.
  • De informatie voor oudere eigenaar-bewoners schiet te kort, is versnipperd en ontoegankelijk. De Unie KBO wil zich, met andere ouderenorganisaties, inzetten voor goede voorlichting al dan niet samen met partijen als Vereniging Eigen Huis en AEDES.
  • Vrijwillige woonadviseurs kunnen een grote rol spelen. Het is van belang dat ouderen naast een woonadvies ook regelmatig geholpen worden bij het realiseren van de aanpassingen (uitvoering door betrouwbare, betaalbare klussendienst).
  • Unie KBO adviseert ouderen om thuistesten, zoals bijvoorbeeld: Blijvend Thuis in Eigen Huis .Seniorenthuistest en andere.) te gebruiken om te kijken of er knelpunten in en om de woning zijn om er zelfstandig te kunnen blijven wonen. Deze testen worden reeds veel gebruikt door ouderen.
  • De Unie KBO stimuleert (lokale) afdelingen aandacht te vragen voor oudere eigenaar-bewoners.
  • De Unie KBO is van mening dat oude eigenaar-bewoners door ‘opplussen’ van de eigen woning een positieve bijdrage kunnen leveren aan het voor ouderen geschikt maken van de bestaande woningvoorraad (certificaat Woonkeur Bestaande Bouw).

 

 

Veiligheid en Toegankelijkheid

De meeste ongelukken gebeuren nog steeds in en om huis. Berucht zijn trappen, losliggende kleedjes en gladde vloeren. Jaarlijks moeten 120.000 ouderen naar een ziekenhuis als gevolg van een ongeval in en om het huis. Tachtig procent van deze ongevallen zijn te typeren als valongevallen. De kans op een val bij ouderen blijkt relatief groot. Elke vier minuten raakt een oudere zodanig gewond door een val, dat behandeling in het ziekenhuis nodig is. Preventie is om deze reden zeer belangrijk; veel valpartijen kunnen namelijk voorkomen worden.

Naast ongelukken in het huis is bekend dat ouderen letterlijk tegen veel drempels aanlopen bij het zich verplaatsen in huis en daarbuiten. Slecht toegankelijk openbaar vervoer, een slecht toegankelijke openbare ruimte en voorzieningen houden mensen aan huis gekluisterd met alle gevolgen van dien.

Ouderen vinden veiligheid en toegankelijkheid zeer belangrijk. Veiligheid in en om het huis, maar ook de zogenaamde ‘sociale veiligheid’. Veel ouderen voelen zich niet meer veilig in hun buurt, ook door vervreemding van buren en buurtgenoten. De kans dat ouderen daardoor zich terugtrekken uit het openbare leven is dan groot met alle gevolgen (zoals eenzaamheid, slechtere gezondheid) van dien.


    Standpunt Unie KBO

  • De Unie KBO pleit voor het principe ‘toegankelijk voor iedereen’ van de woning, het wooncomplex én de woonomgeving. Lage stoepen, brede deuren en een lage instap bij bus en tram is voor jong en oud prettig. Bij de zogenaamde woonzorgzones wordt dit principe vaak als uitgangspunt genomen. In deze zones is de openbare ruimte zo ingericht dat vrijwel iedereen er gebruik van kan maken. Daarbij wordt zo min mogelijk gebruik gemaakt van aparte voorzieningen voor specifieke doelgroepen.
    De Unie KBO pleit er voor, dit integraal ontwerpen niet alleen te beperken tot woonzorgzones.
  • Qua veiligheid is de Unie KBO van mening dat goede voorlichting noodzakelijk is inzake valpreventie en maatregelen noodzakelijk zijn in de woning en in de inrichting van de samenleving.
  • Het organiseren van zogenaamde praktijkdagen Toegankelijkheid moet gestimuleerd worden. Het is een goed instrument om aandacht te vragen voor het onderwerp.
  • Voor wat betreft de sociale veiligheid zijn intergenerationele en andere buurtprojecten doorgaans succesvol en dienen gestimuleerd en uitgebreid te worden.  

 

Woonvormen

Ouderen willen in principe zo lang mogelijk zelfstandig wonen. Door aanpassingen en allerlei voorzieningen (domotica, interne toegankelijkheid) is dit steeds meer mogelijk. Er dient een breder aanbod aan woontypen te ontstaan, zoals bv. appartementen, grondgebonden voor ouderen geschikte woningen. Dit naast voldoende aanbod van aanleunwoningen, service flats, woonzorgcomplexen, woonzorgzones/zorgvriendelijke wijken, woonboerderijen (tot voor ouderen geschikte omgebouwde boerderijen), kleinschalige woonvormen voor verzorgenden, kangoeroewoningen of meergeneratiewoningen.

De groep ouderen is zeer divers. Zo ook de woonwensen van ouderen. Het wonen volgens eigen leefstijl is belangrijk geworden. In de loop van de jaren is daarom steeds meer behoefte gekomen aan andere woonvormen dan alleen het eigen huis of huurhuis en het verzorgings-/verpleeghuis.


    Standpunt Unie KBO

  • De Unie KBO vindt keuzevrijheid voor wat betreft het wonen belangrijk. De diversiteit van ouderen moet zich vertalen in een divers woonaanbod.
  • De Unie KBO staat voor integratie van ouderen in de samenleving, hierdoor is de Unie KBO terughoudend wat betreft de ontwikkeling van zogenaamde ‘seniorensteden’.
  • De Unie KBO pleit voor een divers aanbod, goede en toegankelijke voorlichting en voldoende (betaalbare) alternatieven.
  • De Unie KBO committeert zich aan de uitvoer van het Actieplan Wonen en Zorg (VWS/VROM), waarin voorlichting aan ouderen een belangrijk onderwerp is alsmede het doorsluizen van de wensen van ouderen.

 

Huurbeleid

De woonlasten van huurders zijn hoog. Zo hoog dat veel huurders de grootste moeite hebben om financieel rond te komen. Het kabinet wilde dit jaar een bezuiniging doorvoeren op de huurtoeslag. Het zou gaan om een korting van 1,25 euro per maand in 2010, oplopend tot 2,85 euro in 2012. Bij de presentatie van de plannen op Prinsjesdag is duidelijk geworden dat de minister heeft afgezien van de verlaging van de huurtoeslag.

Huurders die de stijgende huren niet meer kunnen opbrengen, kunnen niet verhuizen naar een goedkopere woning. Dit wordt veroorzaakt doordat er een groot gebrek is aan goedkope en betaalbare woningen. Sterker nog: goedkope en betaalbare huurwoningen worden in rap tempo gesloopt en vervangen door dure huur- en koopwoningen. Oudere huurders die op zoek zijn naar een voor een oudere geschikte huurwoning (van nultreden tot en met verzorgd) blijken voor het grootste deel bereid te zijn een hoger bedrag aan huur te betalen dan in hun huidige woning. Anderzijds willen ouderen het liefst in de eigen woning (omgeving) blijven wonen.

Vijfentachtig procent van de huurders heeft een inkomen van minder dan anderhalf keer modaal en kan zich geen koopwoning veroorloven. Zij zijn aangewezen op de huurwoningenmarkt. De prijs van koopwoningen is zo sterk gestegen dat ze te duur zijn voor starters, dus ook voor huurders die de overstap naar de koopsector willen maken. Daar komt bij dat eigenaarbewoners en huurders door het rijk ongelijk worden behandeld. Alle kopers hebben – ongeacht de hoogte van hun inkomen – recht op hypotheekrenteaftrek, terwijl slechts een beperkte groep huurders in aanmerking komt voor huurtoeslag. Huurders met een bescheiden middeninkomen hebben daardoor bijzonder hoge woonlasten. Oudere huurders die op zoek zijn naar een voor een oudere geschikte huurwoning (van nultreden tot en met verzorgd) blijken voor het grootste deel bereid te zijn een hoger bedrag aan huur te betalen dan in hun huidige woning.


    Standpunt Unie KBO

  • De Unie KBO vindt dat bij recessie het huurbeleid de nullijn moet volgen.
  • De Unie KBO vindt dat er een inflatievolgend huurbeleid gevoerd moet worden.
  • Het is hard nodig veel meer (betaalbare) huurwoningen te bouwen. Driekwart van de
    nieuwbouw moet goedkoop of betaalbaar zijn. Daarbij moet een belangrijk deel geschikt zijn voor ouderen en personen met een beperking.
  • Het kabinet dient een eind te maken aan de ongelijke behandeling van huurders en
    eigenaarbewoners door een uitbreiding van de huurtoeslag voor huishoudens met een inkomen tot anderhalf keer modaal.
  • De Unie KBO vindt dat door de vastzittende woningmarkt, personen met de
    laagste inkomens niet uit de boot mogen vallen als het bijvoorbeeld om nieuwbouw of mooie locaties gaat. De Unie KBO juicht daarom experimenten zoals bijvoorbeeld ‘Huren op Maat’ toe. Hierbij wordt de hoogte van de huur gekoppeld aan het inkomen van de huurder. Personen in de hogere inkomensklasse betalen een marktconforme prijs betalen voor een woning, terwijl huurders uit lagere inkomensklassen korting op die prijs krijgen.

 

Platteland en wonen en mobiliteit

Steeds meer boerenbedrijven houden er mee op of proberen een andere invulling te geven aan het boerenbedrijf. Sommige boerderijen gaan zich gedeeltelijk of geheel richten op AWBZ-zorg (opvang verstandelijk beperkingen, dementerenden, psychiatrische patiënten). Andere boerderijen worden verbouwd tot seniorenwoningen. Soms nemen mensen zelf het heft in handen en kopen een boerderij en maken er woongelegenheden van. Dit geldt vooral voor mensen die na de pensionering de rust van het platteland zoeken of mensen die opgegroeid zijn op het platteland.

Een andere trend die tegelijkertijd plaatsvindt is de zogenaamde ‘leegloop’ van het platteland. Jongeren trekken weg, voorzieningen verdwijnen, zoals winkels en openbaar vervoer. Toch wordt ook geprobeerd om het platteland leefbaar en aantrekkelijk te houden. Dorpsbewoners zetten zich in om voorzieningen te behouden, vaak met succes. Er zijn initiatieven als het Kulturhuis, waar voorzieningen geclusterd worden en alle burgers gebruik kunnen maken van bibliotheek, peuterspeelzaal, gezondheidscentra en het zogenaamd ene loket, mee kunnen doen aan allerhande activiteiten.

Het zijn de jonge ouderen die bewust op het platteland gaan wonen in woonboerderijen al dan niet in groepsverband. Het zijn de wat oudere ouderen, die te maken hebben met de leegloop van hun dorp, waar zij veelal hun hele leven wonen. Deze ouderen hebben last van het wegtrekken van de voorzieningen.


    Standpunt Unie KBO

  • De Unie KBO vindt het belangrijk dat ouderen kunnen wonen naar hun voorkeur, of het nu in een dorp (platteland) of stad is.
  • De Unie KBO juicht het toe dat dorpsbewoners en lokale belangenorganisaties zich vaak met succes inzetten om voorzieningen, zoals winkels, openbaar vervoer en gezondheidszorg te behouden. Ook vindt de Unie KBO het ontstaan van zorgboerderijen en woonboerderijen toe te juichen en daarvoor de ruimte te creëren binnen het provinciale beleid.
  • De Unie KBO vindt dat het aanbod in dunbevolkte gebieden van het Openbaar Vervoer op een aanvaardbaar niveau moet zijn of worden gebracht. De aandacht daarbij moet uitgaan naar voor- en natransport naar belangrijke openbaarvervoer knooppunten.