Wonen
WoonKeur Bestaande Bouw en Woonkeur Nieuwbouw
WoonKeur Nieuwbouw is een certificaat dat aan een woning wordt toegekend, als in en om die woning is voldaan aan eisen die zijn gericht op het alledaagse gebruik. Een woning waaraan het WoonKeur Nieuwbouw certificaat is toegekend, heeft een gegarandeerd hoge woonkwaliteit. Het basispakket WoonKeur bestaat uit meetbare eisen betreffende de directe woonomgeving, het woongebouw en de woning. Naast het basispakket zijn een drietal zogenaamde pluspakketten ontwikkeld, te weten: 1. gebruikskwaliteit, 2. veiligheid, en 3. zorg.
Deze pluspakketten kunnen alleen aanvullend op het basispakket WoonKeur worden behaald. De WoonKeur keuring wordt uitgevoerd door SKW-Certificatie BV, een speciaal daarvoor erkend bedrijf. Nadat een opdrachtgever, zoals een woningcorporatie of projectontwikkelaar, kenbaar heeft gemaakt het inspectiecertificaat WoonKeur – al dan niet aangevuld met een of meer pluspakketten – te willen verkrijgen, voorziet SKW Certificatie BV de aanvrager van de benodigde informatie en een aanvraagformulier. De daadwerkelijke keuring kent twee formele toetsmomenten: de eerste op het definitieve bestek met de tekeningen; en de tweede direct na de oplevering c.q. als de uitvoering gereed is. Bij goedkeuring ontvangt de opdrachtgever het certificaat WoonKeur. WoonKeur Bestaande Bouw is gebaseerd op de eisen uit het WoonKeur nieuwbouw, het eisenpakket van het Oppluslabel en het Politiekeurmerk Veilig Wonen voor de bestaande bouw.
Vanzelfsprekend liggen de eisen in het algemeen op een ander niveau dan in het certificaat WoonKeur voor de nieuwbouw, omdat in bestaande woningen nu eenmaal niet alles mogelijk is. Wel beziet WoonKeur voor de bestaande Bouw op een zelfde integrale wijze de gebruiksfuncties van de woningen en woongebouwen.
WoonKeur Bestaande Bouw bestaat per certificaat uit eisen over de woonomgeving (voor zover onder rechtstreekse invloed van de opdrachtgever), het woongebouw en de woning. Daarnaast is aangegeven welke eisen nog aanvullend per certificaat nodig zijn om het certificaat PolitieKeurmerk Veilig Wonen bestaande bouw te behalen.
|
|
Tekort aan geschikte woningen voor ouderen
Op dit moment is ruim 14% van de Nederlandse bevolking 65 jaar of ouder. Het hoogtepunt van de vergrijzing wordt verwacht in 2040, wanneer 23% van de bevolking dat is. Het aantal ouderen zal verdubbelen van nu bijna 2,4 miljoen naar 4 miljoen. De ouderen van de toekomst zullen verschillen van de ouderen van nu. Zij zullen beter opgeleid zijn, hebben meer materiële welvaart gekend, komen uit minder grote families en zijn beter geschoold in het zelf richting geven aan hun leven. Zij zijn opgegroeid met de oriëntatie dat je zelf inhoud en invulling geeft aan je eigen leven in een keuzemaatschappij die daar mogelijkheden toe biedt.
Binnen de groep ouderen zal de diversiteit toenemen, ook in behoefte aan verschillende typen woningen en woonvormen. De niet-westerse allochtonen zullen de komende decennia sterk gaan vergrijzen. Volgens de nieuwste allochtonenprognose van het CBS groeit het aantal niet-westerse 65-plussers tussen nu en 2050 van krap 70 duizend naar ruim 520 duizend. Het aantal eenpersoons-huishoudens onder ouderen zal drastisch toenemen, zodanig dat de groei van huishoudens hoger is dan de groei van het aantal personen. De differentiatie van de vraag vraagt om differentiatie in en het vergroten van de woningvoorraad
Eind 2009 moeten er 255.000 voor ouderen geschikte woningen meer beschikbaar zijn dan in 2002. De ministeries van VROM en VWS hebben hiertoe afspraken met gemeenten en woningbouwcorporaties gemaakt. Of dat aantal gehaald wordt is mede afhankelijk van de gevolgen van de kredietcrisis op de bouwactiviteiten. In 2010 komen de cijfers hiervan beschikbaar. Het op 26 mei 2004 verschenen SCP rapport ‘Zorg en wonen voor kwetsbare ouderen’ baart de Unie KBO grote zorgen. Daaruit komt naar voren dat er een tekort is aan betaalbare, voor ouderen geschikte woningen en dat veel mensen met lichamelijke beperkingen die zelfstandig thuis wonen helemaal geen hulp ontvangen. Voorlichting, juist voor de groep die meestal niet ontdekt wordt door ouderenadviseurs of andere huisbezoekers, is in onze visie dan ook van groot belang.
|
|
Oudere eigenaar-bewoners
Het eigenwoningbezit neemt in Nederland steeds meer toe, ook onder ouderen. Het toenemend eigenwoningbezit onder ouderen heeft verschillende redenen: het eigenwoningbezit onder jongere huishoudens is toegenomen. Deze woningbezitters worden ouder en geven de eigen woning niet snel prijs. Daarnaast bestaat onder de oudsten en vooral degenen die een specifiek voor ouderen bestemde woning wensen, interesse om van een koop- naar een huurwoning te verhuizen, al was het maar omdat het aanbod van ouderenwoningen vooral huurwoningen betreft. In 2002 heeft ongeveer 48% van de ouderen boven 55 jaar een eigen huis. Veel ouderen zijn tevreden met hun woning en hebben weinig animo om te verhuizen. Het blijkt dat met een grotere afstand tot kinderen, ouderen meer geneigd zijn om dichterbij hun kinderen te gaan wonen. Ten opzichte van de woonplaats van broers en zussen is hetzelfde patroon waarneembaar, zij het iets minder uitgesproken.
Het beleid moet hier meer op inspelen: minder uitgaan van doorstroming, meer uitgaan van stabiliteit. Voor veel ouderen is het belangrijkste dat hun woning blijft voldoen aan hun behoefte. Daarom zijn meer aanpassingen aan de woning nodig, waarbij gedacht kan worden aan Slimme Zorg. Een deel van de oudere heeft een vraag naar meer zorg. Hiervoor zijn goede woon-zorg-voorzieningen nodig. Nieuwbouw hiervan is dringend gewenst, maar er is een forse achterstand. Verzorgings- en verpleeghuizen verouderen snel. Er moeten daarom in hoog tempo andere verzorgde en beschermde woonvormen gebouwd worden.
|
|
Veiligheid en Toegankelijkheid
De meeste ongelukken gebeuren nog steeds in en om huis. Berucht zijn trappen, losliggende kleedjes en gladde vloeren. Jaarlijks moeten 120.000 ouderen naar een ziekenhuis als gevolg van een ongeval in en om het huis. Tachtig procent van deze ongevallen zijn te typeren als valongevallen. De kans op een val bij ouderen blijkt relatief groot. Elke vier minuten raakt een oudere zodanig gewond door een val, dat behandeling in het ziekenhuis nodig is. Preventie is om deze reden zeer belangrijk; veel valpartijen kunnen namelijk voorkomen worden.
Naast ongelukken in het huis is bekend dat ouderen letterlijk tegen veel drempels aanlopen bij het zich verplaatsen in huis en daarbuiten. Slecht toegankelijk openbaar vervoer, een slecht toegankelijke openbare ruimte en voorzieningen houden mensen aan huis gekluisterd met alle gevolgen van dien.
Ouderen vinden veiligheid en toegankelijkheid zeer belangrijk. Veiligheid in en om het huis, maar ook de zogenaamde ‘sociale veiligheid’. Veel ouderen voelen zich niet meer veilig in hun buurt, ook door vervreemding van buren en buurtgenoten. De kans dat ouderen daardoor zich terugtrekken uit het openbare leven is dan groot met alle gevolgen (zoals eenzaamheid, slechtere gezondheid) van dien.
|
|
Woonvormen
Ouderen willen in principe zo lang mogelijk zelfstandig wonen. Door aanpassingen en allerlei voorzieningen (domotica, interne toegankelijkheid) is dit steeds meer mogelijk. Er dient een breder aanbod aan woontypen te ontstaan, zoals bv. appartementen, grondgebonden voor ouderen geschikte woningen. Dit naast voldoende aanbod van aanleunwoningen, service flats, woonzorgcomplexen, woonzorgzones/zorgvriendelijke wijken, woonboerderijen (tot voor ouderen geschikte omgebouwde boerderijen), kleinschalige woonvormen voor verzorgenden, kangoeroewoningen of meergeneratiewoningen.
De groep ouderen is zeer divers. Zo ook de woonwensen van ouderen. Het wonen volgens eigen leefstijl is belangrijk geworden. In de loop van de jaren is daarom steeds meer behoefte gekomen aan andere woonvormen dan alleen het eigen huis of huurhuis en het verzorgings-/verpleeghuis.
|
|
Huurbeleid
De woonlasten van huurders zijn hoog. Zo hoog dat veel huurders de grootste moeite hebben om financieel rond te komen. Het kabinet wilde dit jaar een bezuiniging doorvoeren op de huurtoeslag. Het zou gaan om een korting van 1,25 euro per maand in 2010, oplopend tot 2,85 euro in 2012. Bij de presentatie van de plannen op Prinsjesdag is duidelijk geworden dat de minister heeft afgezien van de verlaging van de huurtoeslag.
Huurders die de stijgende huren niet meer kunnen opbrengen, kunnen niet verhuizen naar een goedkopere woning. Dit wordt veroorzaakt doordat er een groot gebrek is aan goedkope en betaalbare woningen. Sterker nog: goedkope en betaalbare huurwoningen worden in rap tempo gesloopt en vervangen door dure huur- en koopwoningen. Oudere huurders die op zoek zijn naar een voor een oudere geschikte huurwoning (van nultreden tot en met verzorgd) blijken voor het grootste deel bereid te zijn een hoger bedrag aan huur te betalen dan in hun huidige woning. Anderzijds willen ouderen het liefst in de eigen woning (omgeving) blijven wonen.
Vijfentachtig procent van de huurders heeft een inkomen van minder dan anderhalf keer modaal en kan zich geen koopwoning veroorloven. Zij zijn aangewezen op de huurwoningenmarkt. De prijs van koopwoningen is zo sterk gestegen dat ze te duur zijn voor starters, dus ook voor huurders die de overstap naar de koopsector willen maken. Daar komt bij dat eigenaarbewoners en huurders door het rijk ongelijk worden behandeld. Alle kopers hebben – ongeacht de hoogte van hun inkomen – recht op hypotheekrenteaftrek, terwijl slechts een beperkte groep huurders in aanmerking komt voor huurtoeslag. Huurders met een bescheiden middeninkomen hebben daardoor bijzonder hoge woonlasten. Oudere huurders die op zoek zijn naar een voor een oudere geschikte huurwoning (van nultreden tot en met verzorgd) blijken voor het grootste deel bereid te zijn een hoger bedrag aan huur te betalen dan in hun huidige woning.
|
|
Platteland en wonen en mobiliteit
Steeds meer boerenbedrijven houden er mee op of proberen een andere invulling te geven aan het boerenbedrijf. Sommige boerderijen gaan zich gedeeltelijk of geheel richten op AWBZ-zorg (opvang verstandelijk beperkingen, dementerenden, psychiatrische patiënten). Andere boerderijen worden verbouwd tot seniorenwoningen. Soms nemen mensen zelf het heft in handen en kopen een boerderij en maken er woongelegenheden van. Dit geldt vooral voor mensen die na de pensionering de rust van het platteland zoeken of mensen die opgegroeid zijn op het platteland.
Een andere trend die tegelijkertijd plaatsvindt is de zogenaamde ‘leegloop’ van het platteland. Jongeren trekken weg, voorzieningen verdwijnen, zoals winkels en openbaar vervoer. Toch wordt ook geprobeerd om het platteland leefbaar en aantrekkelijk te houden. Dorpsbewoners zetten zich in om voorzieningen te behouden, vaak met succes. Er zijn initiatieven als het Kulturhuis, waar voorzieningen geclusterd worden en alle burgers gebruik kunnen maken van bibliotheek, peuterspeelzaal, gezondheidscentra en het zogenaamd ene loket, mee kunnen doen aan allerhande activiteiten.
Het zijn de jonge ouderen die bewust op het platteland gaan wonen in woonboerderijen al dan niet in groepsverband. Het zijn de wat oudere ouderen, die te maken hebben met de leegloop van hun dorp, waar zij veelal hun hele leven wonen. Deze ouderen hebben last van het wegtrekken van de voorzieningen.
|
|