Zorg en Ethiek


Palliatief terminale zorg

Palliatieve zorg is de zorg aan stervenden, aan mensen in de laatste fase van hun leven. Het richt zich niet meer op genezing van de ziekte, maar wel op het voorkomen of verlichten van klachten en ongemakken. Er is aandacht voor verschillende moeilijkheden in deze fase, zoals lichamelijke klachten, gevoelens van angst, verdriet en verwerking van de ziekte en allerlei praktische zaken. De aandacht gaat daarbij uit naar de patiënt en naar de naasten.

Palliatieve zorg aan ouderen wordt gegeven in zorginstellingen, ziekenhuizen, hospices, bijna-thuis-huizen en in de thuissituatie. Het is interdisciplinaire zorg, waarbij in de meeste gevallen een arts, een verpleegkundige en andere professionals betrokken zijn.

De professionals voorzien in de fysieke, psychologische en spirituele behoeften van de patiënt en zijn naasten. Vrijwilligers kunnen een belangrijk onderdeel van het team vormen. Ze zijn speciaal opgeleid om mensen in hun laatste levensfase en hun naasten te begeleiden. De vrijwilligers nemen het werk van de professionals niet over, maar hebben hun eigen inbreng en bekwaamheid. Zorgaanbieders in de palliatieve terminale zorg werken samen in 70 regionale netwerken. De coördinatoren van deze netwerken bewaken de samenwerkingsprocessen en scholen professionals en vrijwilligers.


      Standpunt Unie KBO

  • De Unie KBO is voorstander van kwalitatief goede palliatieve zorg, die de kwaliteit van leven en menswaardigheid in de laatste levensfase bevordert.
  • De Unie KBO vindt het belangrijk dat bij initiatieven rond palliatieve terminale zorg zo veel mogelijk aansluiting wordt gezocht bij een bestaande instelling, zoals een verpleeghuis.
  • Zorgvuldige werving, goede scholing en coaching van vrijwilligers en professionele hulpverleners is voorwaarde voor kwaliteit in palliatieve zorg.

 

 

Reanimatie in zorginstellingen

In 2008 heeft een discussie plaatsgevonden over het reanimatiebeleid in zorginstellingen. Kern van de discussie was of reanimeren of niet-reanimeren uitgangspunt van beleid zou zijn: “ ja, tenzij” of “ nee, tenzij”. Deze discussie was voor de Unie KBO aanleiding haar standpunt te herformuleren.


    Standpunt Unie KBO

  • Reanimatiebeleid is integraal onderdeel van goede ouderenzorg en van beleid rondom het levenseinde.
  • Er is geen aparte wetgeving voor reanimatie nodig. Bestaande wetgeving (Burgerlijk Wetboek en Wet op Geneeskundige Handelingsovereenkomst) biedt voldoende richtlijnen voor zorgvuldig beleid.
  • De Unie KBO is tegen een algemene richtlijn voor reanimatie in zorginstellingen, of die nu “ja, tenzij” of “nee, tenzij is”. De CSO is voorstander van beleid waarin de wens van individuele bewoners centraal staan. Het is te allen tijde maatwerk.
  • De communicatie en de vastlegging van individuele afspraken moeten zorgvuldig gebeuren. Reanimatie is een medische handeling. Het gesprek over reanimiatie wordt gevoerd met de behandelend arts. De organisatie van dit gesprek en de vastlegging van afspraken in het zorgplan zijn de verantwoordelijkheid van de zorginstelling.
  • Betere voorlichting aan ouderen en betere scholing van medisch, verzorgend en verplegend personeel. Goede afspraken in zorginstellingen over interne taken en bevoegdheden.
  • Medisch en ander personeel in zorginstellingen zijn gebonden aan een niet-reanimatieverklaring.