Eerstelijns zorg
Huisartsenzorg
Op het terrein van huisartsenzorg vinden veel ontwikkelingen plaats. Er wordt steeds meer gewerkt met praktijkondersteuners voor met name chronische patiënten. De huisartsenposten zijn ruime tijd operationeel.
De huisarts vormt een belangrijke zorgverlener in een geïntegreerde eerstelijnszorg.
|
|
Functionele bekostiging eerstelijnszorg
Het voornemen is om m.i.v. januari 2010 in de eerstelijnszorg een andere bekostiging in te voeren. De systematiek wordt ingevoerd voor vier patiëntengroepen met diabetes mellitus, COPD en hartfalen en aan personen die risico lopen op hart- en vaatziekten, dus voor cardiovasculair risicomanagement (CVR). Het gaat om ziektespecifieke honorering.
De Unie KBO stelt vraagtekens bij de uitvoering van de systematiek. Het vraagt enorme uitvoeringskosten voor bijvoorbeeld de huisartsen die naar verwachting als hoofdcontractant gaan optreden. Ze moeten contracten met zorgverzekeraars afsluiten over het totaalbedrag voor het complete zorgpakket voor bijvoorbeeld een diabetespatiënt, maar ook met andere zorgverleners die betrokken zijn bij de zorgverlening. Hoe zit het met de positie van de multimorbide patiënt (en daarmee kwetsbare ouderen)? Is de verantwoordelijkheidsverdeling in de zorg nog wel duidelijk? De zorgvraag van chronisch zieke patiënten in een huisartsenpraktijk is niet ziektespecifiek. Hierdoor kan de integrale en persoonsgerichte karakter van de eerstelijnszorg onder druk komen.
|
|
Bezuinigingen op de geestelijke gezondheidszorg
De minister heeft het voornemen om de tarieven van de GGZ met 3,5% te verlagen. Tussen het 35ste en 50ste levensjaar wordt relatief het meest gebruik gemaakt van de GGZ. Deze periode wordt het ‘spitsuur’ van het leven genoemd. Desondanks is in 2007 40% van de klantenpopulatie ouder dan 65 jaar. De klachten waarvoor 65-plussers behandeld worden liggen op het gebied van geheugenoriëntatie, cognitieve klachten en stemmingsklachten.
|
|
Elektronisch patiëntendossier (EPD)
Bij het landelijk elektronisch patiëntendossier kunnen huisartsen, specialisten en apothekers overal in Nederland met een landelijk schakelpunt relevante patiëntgegevens opvragen. Voorwaarde is dat ze behandelaar zijn van de patiënt, dat de zorgverlener de gegevens beschikbaar heeft gesteld en dat ze toestemming voor inzage hebben gevraagd aan de patiënt. Als eerste worden medicatiegegevens en de samenvatting van huisartsgegevens landelijk uitgewisseld (het elektronisch medicatiedossier en het elektronisch waarneemdossier).
Een voordeel van het EPD is dat medische gegevens zoals medicatiegebruik in geval van spoed niet eindeloos opgenoemd hoeven worden. Voor de oudere patiënt is het van belang dat in geval van spoed de waarnemend huisarts de achtergronden van de patiënt kent. Om die reden kan een samenvatting van het huisartsendossier uitgewisseld worden tussen de huisarts en de huisartsenpost. Iedere patiënt heeft het recht bepaalde zaken buiten die samenvatting te houden. Het EPD levert een belangrijke bijdrage aan de patiëntveiligheid. We verwachten dat de medicijngerelateerde ziekenhuisopnamen hiermee reduceren.
|
|