Behoud AWBZ
Verschillende onderzoeksinstituten en politieke partijen hebben de afgelopen jaren gepleit voor opheffing van de AWBZ vanwege de (vermeende) onbetaalbaarheid en gebrekkige kwaliteit van zorg. Herstelgerichte zorg zou overgeheveld kunnen worden naar de Zorgverzekeringswet en ondersteuning naar de Wmo. De overheid volgt het advies van de SER van april 2008 om de AWBZ aan te scherpen en toe te spitsen op langdurige zorg, en na 2012 een besluit te nemen over verdergaande veranderingen. Voor ouderenzorg houdt de SER meerdere opties open: in de AWBZ houden, een aparte careverzekering of ouderenzorg overhevelen naar de Zorgverzekeringswet.
|
Standpunt Unie KBO
- Oud worden is een existentieel proces met lichamelijke en geestelijke aspecten. Langdurige zorg aan ouderen met complexe zorgproblematiek moet integraal aandacht geven aan dit proces. Ouderenzorg is geen optelsom van technische handelingen die opgesplitst kunnen worden. Apart beleid voor ouderenzorg blijft nodig.
- De AWBZ is voor mensen die langdurige zorg nodig hebben. Huidige AWBZ-voorzieningen mogen alleen uit het pakket gehaald worden op voorwaarde dat die zorg elders ondergebracht wordt. Het is onaanvaardbaar dat grote delen van begeleiding uit het pakket van de AWBZ gehaald zijn, voordat geborgd was dat mensen die begeleiding nodig hebben deze blijven behouden.
- De oplossingen voor knelpunten in de zorg worden te veel gezocht in de efficiencyverbetering en systeem- en structuurwijzigingen. De heilzame werking hiervan wordt overschat. Het accent moet verschoven worden van beleidsvraagstukken naar een betere uitvoering van zorg, want zorg moet je doen. Met andere woorden: meer handen aan het bed en minder voeten onder het bureau. De menselijke maat staat altijd voorop.
- Het karakter van de AWBZ als volksverzekering moet behouden blijven.
De zorgverzekeringswet en de Wmo moeten eerst grondig geëvalueerd worden, voordat nieuwe stelselwijzigingen doorgevoerd worden.
|
Uitvoering AWBZ
De Unie KBO gaat vooralsnog uit van behoud van de huidige AWBZ. Het debat over de toekomst van de langdurige ouderenzorg staat los van de noodzaak tot modernisering en verbetering van de huidige AWBZ
De Unie KBO is bezorgd over ontwikkelingen in het traject van modernisering en verbetering. Het schrappen van grote delen van begeleiding uit de AWBZ zonder dat er goede alternatieven zijn voor die begeleiding, past niet bij het uitgangspunt dat iedere mens die langdurende zorg en ondersteuning ontvangt die hij/zij nodig heeft om te kunnen participeren en zelfredzaam te kunnen zijn. Solidariteit als basis van het zorgstelsel, waarbij alle burgers (ook ouderen) naar draagkracht een bijdrage leveren aan de kosten, dreigt uitgehold te worden. Oprekking van het begrip gebruikelijke zorg verhoogt de druk op mantelzorgers.
|
Standpunt Unie KBO
- De modernisering van de AWBZ dient verder afgerond en onderhouden te worden.
- De huidige AWBZ dient verder te worden verbeterd naar volledige vraaggerichtheid, cliëntge¬bonden financiering, kwaliteit in overeenstemming met de normen voor verantwoorde zorg, efficiën¬tere uitvoering en minder bureaucratie.
- De optimale inrichting en organisatie van de zorg worden bepaald door zorginhoudelijke criteria en niet op basis van leeftijd of leeftijdsgroepen (ouderen).
- De Unie KBO is voorstander van objectieve, onafhankelijke (door CIZ) en integrale indicatiestelling als basis voor langdurige zorg en ondersteuning. We volgen de experimenten met vereenvoudigde indicatiestelling door professionals/zorgaanbieders en wachten met belangstelling de eindresultaten af. Mits zorgvuldig uitgevoerd, en met goede spelregels tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars, kan een vereenvoudigde indicatiestelling een vooruitgang zijn ten opzichte van de huidige bureaucratische en digitaal) papier verslindende indicatiestelling.
- Versterking en verbreding van de eerste lijn en verbetering van afstemming tussen de eerste- en tweedelijns cure en care dient met voorrang te worden aangepakt.
- Ontwikkeling van ketenzorg in de gespecialiseerde gezondheidszorg voor ouderen moet de hoogste prioriteit krijgen.
- De financiële scheiding van wonen en zorg krijgt verder vorm onder de voorwaarde dat voor (oudere) huurders met een minder gevulde beurs, de nodige woon¬diversiteit en -kwaliteit betaalbaar en beschikbaar is. Een goede huurtoeslag is daarbij een eis.
- De definitie van gebruikelijke zorg mag niet opgerekt worden.
- Het menselijk contact in de zorg dient gewaarborgd te blijven, ondanks verwachte personeelstekorten en toename van (innovatieve) technische mogelijkheden.
|
Zorgzwaartebekostiging
Sinds 2007 indiceert het CIZ (Centrum Indicatiestelling Zorg) volgens de zorgzwaartepakketten. Voor de sector verzorging en verpleging zijn tien pakketten ontwikkeld van weinig zorg tot en met intensieve palliatief terminale zorg. Dit wordt de zogenaamde zorgzwaartebekostiging genoemd.
In de praktijk krijgen bewoners niet de zorg waar zij op grond van hun indicatie recht op hebben. Het betreft vooral mensen die veel minder uren zorg ontvangen dan hun indicatie aangeeft. Uit onderzoek door CTG-Zaio blijkt onomstotelijk dat het budget van verpleeghuizen te laag is om de geïndiceerde uren zorg te leveren. Zelfs als er efficiënter wordt gewerkt, is het volgens CTG-Zaio onmogelijk voldoende zorg te leveren binnen de huidige financiële kaders.
Het budget in de verpleging en verzorging is lager dan in de overige AWBZ-sectoren. Onduidelijk is waar deze verschillen op zijn gebaseerd. Bij de zorgzwaartebekostiging zijn deze historische verschillen één op één overgenomen. Naast een lager budget zijn er ook niet onderbouwde inhoudelijke verschillen tussen soortgelijke profielen in de verschillende AWBZ-sectoren. In de verpleging en verzorging zijn voor hetzelfde profiel minder uren beschikbaar dan in de andere sectoren. Als iemand eenindicatie op basis van verpleging en verzorging krijgt, is hij daarmee veel slechter af dan met hetzelfde profiel op een andere grondslag.
|
Standpunt Unie KBO
- De Unie KBO is voorstander van meer persoonsgerichte financiering en eerlijker verdeling van het geld.
- We constateren evenwel dat de randvoorwaarden ontbreken om de zorgzwaartebekostiging in de verpleging en verzorging te laten slagen.
|
Hulpmiddelenzorg
Op verzoek van het ministerie van VWS heeft het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) in juli 2009 advies uitgebracht over welke hulpmiddelen in welke wetgeving ondergebracht moeten worden. Op dit moment worden hulpmiddelen vergoed vanuit de AWBZ, de zorgverzekeringswet, de Wmo en de wet Werk en inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA).
De CVZ maakt in haar advies gebruik van de ICF, een classificatie van de Wereldgezondheidsorganisaties voor het beschrijven van het functioneren van mensen, inclusief factoren die op dat functioneren van invloed zijn. De CVZ maakt onderscheid tussen hulpmiddelen die met gezondheid en hulpmiddelen die met welzijn en participatie te maken hebben. Op grond van een enge en arbitraire interpretatie van de ICF vindt de CVZ dat mobiliteitshulpmiddelen overgeheveld kunnen worden naar de Wmo.
Het is onze stellige overtuiging dat het gebruik van loophulpmiddelen en rolstoelen steeds is terug te brengen tot een stoornis. Zodoende is er in onze ogen sprake van een medisch en niet van een participatieprobleem, van een gezondheids- en niet van een welzijnsgerelateerd probleem. Mobiliteitshulpmiddelen moeten daarom in de zorgverzekeringswet (ZVW) blijven. De Zvw biedt daartoe ruimte: er is een hoofdstuk in de Zvw opgenomen voor functies en anatomische eigenschappen rondom bewegen. De grens tussen ZVW en Wmo ligt bij het vervoer in de publieke ruimte, Zaken die daarvoor nodig zijn, kunnen beter onder de WMO gebracht worden.
|
Standpunt Unie KBO
- Hulpmiddelen moeten worden ondergebracht in één wet, de Zorgverzekeringswet.
De grens tussen Zvw en Wmo ligt bij het vervoer in de publieke ruimte. Zaken die daarvoor nodig zijn, kunnen onder de Wmo gebracht worden.
- We staan achter het advies om de tijdelijke uitleen van hulpmiddelen naar de Zvw over te hevelen. Dit voorkomt veel problemen in de uitvoering van zorg.
|
Scheiden wonen en zorg
De overheid heeft tot deze zomer getracht de scheiding van wonen en zorg te realiseren. Het huidige kabinet is van mening dat in de eindsituatie het wonen niet meer moet worden gefinancierd uit de AWBZ. In de zomer 2009 zijn activiteiten op dit terrein vooruitgeschoven.
|
Standpunt Unie KBO
- De Unie KBO juicht de ontwikkeling van het scheiden van wonen en zorg toe.
De wooncomponent kan met uitzondering van een aantal doelgroepen waarvoor scheiden wonen en zorg niet mogelijk c.q. wenselijk is, uit de verblijfsaanspraak AWBZ geschrapt worden. De scheiding van wonen en zorg kan bijdragen aan een gedifferentieerd woon- en activiteitenaanbod, keuzevrijheid van zorgaanbieders en de betaalbaarheid van zorg.
- Er moet aan een aantal belangrijke randvoorwaarden worden voldaan.
- Scheiden van wonen en zorg moet zoveel en volledig mogelijk gefaciliteerd worden. Binnen de sociale gemeenschap moet een samenhangend beleid zijn op gebied van maatschappelijke ondersteuning, wonen en welzijn.
- De zwaarste doelgroepen moeten het hele zorgpakket thuis kunnen ontvangen.
- De bureaucratische lastendruk voor cliënten/bewoners/mantelzorger mag bij de omslag niet vergroot worden.
- Het scheiden van wonen en zorg mag geen gevolgen hebben voor de koopkracht van de bewoners. Bij een verbetering van kwaliteit van de woonsituatie dienen de gevolgen hiervan beperkt te zijn, hierbij geldt het credo: de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten.
- Er moet daadwerkelijk sprake zijn van keuzevrijheid zorgaanbieders. In de praktijk zien we nog te vaak koppelverkoop van zorg- en welzijns- en huur/wooncontract.
- Er moet daadwerkelijk sprake zijn van een gedifferentieerd en voor ouderen geschikt woonaanbod.
- Er moet daadwerkelijk sprake zijn van een gedifferentieerd en voor ouderen toegankelijk en bereikbaar aanbod op het gebied van welzijnsactiviteiten.
- Nader onderzoek moet plaatsvinden naar de doelgroepen voor wie de verblijfsfunctie vanuit de AWBZ vergoed moet worden.
|