Educatie en Kaderbeleid


Educatie en Kaderbeleid

KBO is een organisatie die op landelijk, provinciaal en gemeentelijke niveau activiteiten en diensten aanbiedt en in het bijzonder voor haar eigen leden en daarnaast ook de belangen van 50 plussers behartigt. Voor de coördinatie en uitvoering van deze activiteiten, diensten en belangenbehartiging is een gestructureerde organisatie nodig. Het kader vormt de basis van deze organisatie. Kadervorming en een goed vrijwilligersbeleid zijn kerntaken van de Unie KBO, provinciale KBO’s en KBO afdelingen. Om als organisatie op landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau goed te kunnen blijven functioneren is structurele ondersteuning en educatie voor alle kaderleden nodig.

Bij de kadervorming van bestuursleden zijn een tweetal belangrijke onderwerpen van belang. Als eerste is het van belang dat bestuursleden vooral besturen en leren om het uitvoerende werk aan werkgroepleden te delegeren. Ten tweede is het van belang dat het bestuur een afspiegeling is van de directe leefomgeving (leeftijd / leefstijl). Daarnaast wordt van besturen gevraagd om zich voortdurend aan te passen aan veranderende maatschappelijke omstandigheden.


    Standpunt Unie KBO: Vrijwilligers

  • De Unie KBO vindt dat vrijwilligers goed ondersteund moeten worden en onder goede omstandigheden hun werk moeten kunnen uitvoeren. Dit betekent dat zij een goed intern kaderbeleid wil voeren en de belangen van vrijwilligers wil behartigen richting overheden en instanties die beleid en regelgeving gericht op vrijwilligerswerk maken en uitvoeren.

 


    Standpunt Unie KBO: Kaderbeleid

  • De Unie KBO blijft investeren in de ontwikkeling en implementatie van een goed intern kaderbeleid. De KBO maakt werk van kaderbeleid door zich te richten op het aantrekken en behouden van kwalitatief deskundige kaderleden. De KBO schept voorwaarden voor de kaderleden om hun deskundigheid naar vermogen en wens in te zetten binnen de organisatie. Onderdelen van kaderbeleid zijn werving, introductie, begeleiding en scholing van kaderleden en het zorgen voor goede randvoorwaarden (onkostenvergoeding, verzekering etc.). De KBO’s en de Unie KBO werken in een gezamenlijke aanpak aan de vernieuwing van kaderbeleid.

 


    Standpunt Unie KBO: Arbeidsomstandigheden voor vrijwilligers

  • De Unie KBO heeft een zorgplicht en is als organisatie verantwoordelijk voor het bieden van veilige en gezonde arbeidsomstandigheden voor vrijwilligers. Blijvende aandacht voor goede arbeidsomstandigheden rondom vrijwilligerswerk blijft noodzakelijk. De Unie KBO hecht groot belang aan het vrijwilligerswerk en neemt daarom ook de verantwoordelijkheid om het kader te informeren en te ondersteunen bij het arbobeleid.

 


    Standpunten Unie KBO: Decentralisatie en wegvallen landelijke structuur

  • De lokale ondersteuning van vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties moet
    verstrekt worden: slechts een klein deel van de Nederlandse gemeenten heeft op dit moment een krachtige ondersteuningsorganisatie voor vrijwilligerswerk. Iedere gemeente zou zo’n ondersteuningsorganisatie moeten hebben.
  • Gemeenten moeten bij de uitvoering van de Wmo maatregelen nemen om het vrijwilligerswerk in de volle breedte te ondersteunen.
  • Het is van belang de provinciale en landelijke infrastructuur voor het vrijwilligerswerk en voor de scholing en training van het kader van de maatschappelijke organisaties te behouden. Een teloorgang van deze infrastructuur zal op termijn veel hogere kosten tot gevolg hebben dan de huidige beperkte bijdrage van de instandhouding ervan.
  • Een zorg is dat met de decentralisatie de landelijke infrastructuur voor het vrijwilligerswerkbeleid deels zal verdwijnen. De ondersteuning van de veelal landelijk georganiseerde vrijwilligersorganisaties vraagt om een landelijke infrastructuur.
  • Uit de ‘Beleidsbrief mantelzorg en vrijwilligerswerk 2008 – 2011: Voor elkaar’ van staatssecretaris Bussemaker van het ministerie van VWS, blijkt dat de Wmo kansen biedt voor versterking van het vrijwilligerswerk. De staatssecretaris wil op lokaal niveau de omvang en de kwaliteit van de ondersteuning van vrijwilligers versterken en zij benoemt een aantal basisfuncties voor de lokale ondersteuning, die in elke gemeente aanwezig moeten zijn:

    - inspraak en advies;
    - deskundigheidsbevordering;
    - praktische hulp;
    - een makelaarsfunctie, die potentiële vrijwilligers ‘matcht’ aan vrijwilligersklussen die voldoen aan hun
       wensen.

    De staatssecretaris streeft ernaar dat deze basisfuncties in 75% van de gemeentelijke plannen voor de tweede Wmo-cyclus zijn opgenomen. Samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Vereniging Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk (NOV) stelt het ministerie van VWS een vierjarig actieprogramma vast voor de kwaliteitsimpuls voor de lokale ondersteuning en VWS stelt hiervoor extra middelen beschikbaar (€ 2 miljoen per jaar). De Unie KBO en provinciale KBO’s dienen deze informatie aan het kader kenbaar te maken en het kader zodanig te equiperen dat zij op gemeentelijk niveau hier afspraken over kunnen maken ten gunste van de vrijwilligers van de KBO.

 


    Standpunt Unie KBO: Educatie

  • Algemeen wordt erkend dat burgers en dus ook oudere burgers in toenemende mate vaardigheden nodig hebben om zelf de regie te houden over hun leven en om een bijdrage te kunnen (blijven) leveren aan de maatschappij. Daarom zou het doel van volwassenen¬educatie aanzienlijk verder moeten strekken dan inzetbaarheid op de arbeidsmarkt.