Archief
Veel mensen in de knel door wegvallen AWBZ-zorg
maandag, 18 januari 2010
Landelijke cliëntenorganisaties (waaronder de CSO waar Unie KBO deel van uitmaakt) hebben in 2009 van 4.300 mensen informatie gekregen over de hulp die ze nodig hebben en de hulp die ze krijgen. Het onderzoek is gedaan onder cliënten die in 2009 te maken kregen met een nieuwe indicatie voor de AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten). Er is vooral gekeken naar de mensen die erop achteruitgaan. 63% van de deelnemers aan het onderzoek kreeg minder begeleiding of kreeg niets meer. Een deel kan ermee leven of vindt een oplossing in eigen kring. Maar een aanzienlijk deel, 42% van de mensen die achteruitgaan in zorg, ondervindt problemen met het opvangen van de eigen beperkingen. En twee op de tien mensen denken dat een zelfstandig bestaan niet meer goed is vol te houden. Meestal is niet direct een oplossing voor handen. Veel cliënten vallen in een gat tussen de afbouw van de AWBZ en de te langzame opbouw van voorzieningen in de Wmo.
Cliëntgroepen
Het onderzoek geeft aanvullende informatie over diverse cliëntgroepen. Ten eerste de gezinnen met een gehandicapt kind of een kind met psychische problematiek. Een deel krijgt te maken met afnemende hulp uit de AWBZ (ruim de helft van de gezinnen die meededen aan het onderzoek). Waar dat het geval is, komt 40% in moeilijkheden. Bijvoorbeeld minder kans om de ontwikkeling van het kind te stimuleren, meer belasting van het gezin, minder tijd voor de andere kinderen of voor zichzelf, onzekerheid over noodzakelijke ondersteuning op school.
Ten tweede de volwassenen met een chronische ziekte of handicap. Veel mensen gingen achteruit in de toegekende AWBZ (bijna de helft van de volwassenen die meededen aan het onderzoek). Waar dat zo is ervaart 40% de beschikbare hulp als ontoereikend. Als grootste knelpunten noemen zij: onvoldoende kunnen meedoen in de samenleving, dreigende eenzaamheid en verlies van een zelfstandige leefwijze. 30% van de mensen die minder zorg krijgen, is onzeker of men nog wel zelfstandig kan blijven wonen.
Ten derde de mensen met psychiatrische problematiek (volwassenen). Bij de deelnemers aan het onderzoek kreeg de helft minder begeleiding uit de AWBZ. 75% van hen ervaart die situatie als buitengewoon moeilijk. Men is bezorgd over zich kunnen redden in het dagelijks leven, over dreigende overbelasting van mantelzorgers en over afname van sociale contacten en bezigheden. Daarnaast noemen veel mensen dat er onvoldoende wijkverpleging is voor begeleiding bij ziekte.
Ten vierde de ouderen met een langdurige hulpbehoefte. Een deel van hen (40% van de mensen in het onderzoek) kreeg in 2009 een nieuwe indicatie die leidde tot minder AWBZ-zorg of tot het wegvallen van dagactiviteiten via de AWBZ. De meeste ouderen ervaren dan forse knelpunten. Er is ongerustheid over vereenzaamd thuis zitten, of te veel belasting voor de partner. Ouderen met beginnende dementie krijgen geen indicatie voor dagopvang in de AWBZ; maar de alternatieven via de Wmo zijn onvoldoende ontwikkeld.
> Download hier het rapport: 'Cliëntenmonitor langdurige zorg: Veranderende toegang tot de AWBZ: ervaringen van zorgvragers en cliënten in 2009'.
> Download hier het tussenrapport: 'AWBZ Monitor: Onderzoek naar de gevolgen van de pakketmaatregelen begeleiding voor budgethouders'.
> Download hier het eindrapport: 'Op zoek naar begeleiding'.